Aanmaning ontvangen?

Ga naar direct betalen.

Toelichting beslaglegging

Toelichting

U bent op grond van artikel 476a van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering verplicht naar waarheid een verklaring af te leggen, omtrent hetgeen u aan de schuldenaar verschuldigd bent of voor hem onder u hebt. U hebt daarvoor vier weken de tijd, te rekenen vanaf de dag van het beslag, onder 1 van het formulier vermeld. De dag waarop deze termijn verstrijkt, moet de verklaring in ieder geval zijn gedaan. Het kan zijn dat de termijn vanaf een latere dag begint te lopen, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar zich tegen het beslag verzet. Zo dit het geval is, moet u zich houden aan wat de deurwaarder of behandelend advocaat u daarover meedeelt. De verklaring moet worden gericht aan de onder 1 van het formulier genoemde deurwaarder(sorganisatie) of advocaat. Dit kan gebeuren door overhandiging van uw verklaring, door toezending daarvan bij gewone of aangetekende brief, of, als daarvan melding is gemaakt, per e-mail. Uw verklaring dient u te stellen op het aan u betekende formulier, maar een andere duidelijke schriftelijke verklaring kan door de deurwaarder of advocaat worden toegestaan. 
 
Ook door de schuldenaar op u geprentendeerde vorderingen, maar ook door u betwiste en door u onzeker geachte vorderingen, moeten worden opgegeven. Onder het hoofd bijzonderheden kunt u dan de betwisting en de grond daarvan of de reden van de onzekerheid vermelden. Ook kunt u daar bijvoorbeeld opgeven of u meent een tegenvordering te hebben die voor verrekening in aanmerking komt. 
 
Wanneer pandrecht rust op wat de schuldenaar van u te vorderen heeft of op roerende zaken die u voor hem onder u hebt, dient u ook dit te vermelden, met naam en adres van de pandhouder. 
 
Onder het hoofd voorwaarden kunt u bedingen vermelden die van belang zijn voor wat de schuldenaar van u te vorderen heeft. Zo is mogelijk dat de vordering niet opeisbaar is. U moet dan opgeven wanneer deze opeisbaar wordt. Als daarvoor opzegging nodig is, ook de wijze van opzegging opgeven. 
 
U moet uw verklaring zoveel mogelijk met bewijzen staven. Toezending van bewijsstukken kunt u vermelden onder het hoofd bijlagen. 
 
T.a.v. de onder 4 gevraagde informatie kunt u kort aangeven welke overeenkomst er bestaat, bijvoorbeeld koop, huurovereenkomst, stallingsovereenkomst, lening. 
 
U moet opgave doen van mogelijk gelegde andere beslagen; u kunt kopie van het stuk toevoegen waaruit van het beslag blijkt. 
 
U dient uw verklaring te ondertekenen en te dateren. Wanneer het beslag is gelegd onder een rechtspersoon moeten de naam, de voornaam en de functie van degene die bevoegd is de verklaring te ondertekenen worden vermeld. Hetzelfde geldt bij ondertekening door een gevolmachtigde, een vennoot van een vennootschap, maat van een maatschap, of een wettelijk vertegenwoordiger als een ouder of/en voogd.

Blijft u ondanks uw verplichtingen in gebreke na vier weken een verklaring af te leggen, dan loopt u het risico dat u zelf wordt gedagvaard en wellicht veroordeeld tot betaling van het gehele bedrag waarvoor het beslag is gelegd. Dat zal voor u in elk geval extra kosten meebrengen. 
 
Indien het beslag is gelegd met het oog op executie (het beslagexploot spreekt dan van een 'executoriaal beslag') moet u aan de deurwaarder overeenkomstig diens aanwijzingen voldoen of afgeven wat u volgens uw verklaring verschuldigd bent of onder u hebt. Indien het beslag is gelegd met het oog op behoud van rechten van de beslaglegger (het beslagexploot spreekt dan van een 'conservatoir beslag') moet u een en ander onder u houden totdat vier weken zijn verstreken, nadat aan u een rechterlijke uitspraak of daarmee overeenkomend stuk is betekend en moet u verder overeenkomstig de aanwijzingen van de deurwaarder handelen. 
 
Bijlage behorende bij het koninklijk besluit van 22 augustus 1991, stb. 436. 
 
De minister van justitie